Maandag, wasdag


kijk uit! riep ze, ‘n schrille kreet
maar het was te laat,
het armpje door de wringer
leek net een vaatdoek
enkel het blauw en grijs,
de ruitjes echter zoek


de weeë geur van het sop
nam bezit van het washok en
- gemengd met af en toe
een vleugje butaan -
kondigde de dodenmars
van de wasknijpers aan


zo werden eenieder klem gezet
kleine zusje niet gered


Nota:
wellicht ten overvloede :
vroeger, na het wasbord en voor de huidige wasmachines, was wassen nog een dagtaak, die vaak op maandag werd uitgevoerd. De was werd eerst gekookt in een grote grijze wasketel, vaak op een pitje dat aan een fles butaangas was aangesloten. Dit rook niet echt 'fleur en fijn'.
Vervolgens werd de was met een grote knijper overgeheveld naar de wasmachine. Dit was een witte bak op wieltjes, een bovenlader met een grote pin in het midden die draaide, en zo de was heen en weer slingerde.

Op de hoek van de machine zat een soort arm, die tijdens het wassen naar buiten werd geklapt en hieraan bevonden zich twee draaiende horizontale rubberen rollen. Door het wasgoed hierdoor te voeren, werd het overtollige vocht eruit geperst, en kon de was daarna (evt. worden gecentrifugeerd en daarna) worden opgehangen.Uiteraard hadden die rollen een magische aantrekkingskracht op kinderen ...

gedachten, die meer dan vluchtig wilden zijn ….