Seth en de dwaalgeest


‘Als je in een rolstoel zit, kan je nooit dood neervallen.’ Seths moeder rochelt en haar gezicht wordt rood. ‘Hoe ziek je ook bent. Dus geef me nou maar gewoon een vuurtje, wil je?’
Seth strijkt een lucifer aan en houdt hem bij het sjekkie dat tussen de lippen van zijn moeder trilt.
‘Kom, houd dat ding eens stil, mam. Het is alsof ik een rijdende auto moet raken.’
Zijn moeder gromt.
‘Jij moet zelf eens op je gezondheid letten, met al die rotzooi van je. Voor mij maakt het allemaal geen flikker meer uit. Ik wacht tot ik eindelijk de grond raak, maar jij staat nog op de rand, jongen.’
‘Als ik niet op je gezondheid let, doet niemand het.’
‘Och, och, komt allen kijken naar de barmhartige. Verdomme, als ik het kon, gaf ik je een hengst voor je kop!’
‘We zien wel wie je vandaag komt verschonen als het weer zover is. Mij heb je daar blijkbaar niet meer voor nodig.’
‘Je bent een rotjong, weet je dat? Het is je plicht om je oude moeder te helpen en jij verwacht dank en lof alsof je een vreemd kind redt. Nou, Seth, ik ben je dankbaar hoor. Met heel mijn hart en ziel en met chocolade met slagroom en het suikerlaagje aan de binnenkant van een rumboon!’
Seth pakt zijn jas van de eettafelstoel.
‘Ga je weg?’
Hij knikt.
‘De appelmoes is op!’
‘Nou en.’
Seth trekt de voordeur achter zich dicht.

Als Seth zo slim was geweest wat geld uit de beurs van zijn moeder mee te nemen, was de keuze niet zo lastig geweest. Alleen de snerpende stem van zijn moeder gaf hem voldoende reden om goed high te worden, maar hij had nog maar een tientje dus het is het een of het ander. Terwijl Seth richting het centrum slentert, vraagt hij zich af of ze nog mayonaise in huis hebben. Dan kan zijn moeder dat toch voor een keertje op haar aardappelen doen? Seth heeft een tube zien liggen, toen hij de bruin geworden uiensnippers weggooide, maar hoe lang was dat geleden? Een week? Een maand? Een jaar? De ochtendzon staat laag, maar is al zo fel dat Seth zijn ogen toe moet knijpen om de straat voor zich te zien. Tussen zijn oogleden door ziet hij de stoep wazig. De keien vloeien in elkaar over alsof ze samen dansen.

Seth staat voorovergebogen en leunt met zijn kin op de kassa. Iemand trekt aan zijn arm, maar het lijkt alsof hij droomt en het niet echt gebeurt. Het dringt niet tot hem door. Net als alle geluiden, die klinken alsof hij zich onder water bevindt omdat het kassameisje haar enorme borsten om zijn hoofd heeft gelegd. Zijn oren gloeien. Seth haalt diep adem met zijn neus en haar sterke parfum maakt zijn keel droog. Hij glimlacht tevreden.
‘Meneer, u houdt de hele rij op. Kunt u mij alstublieft het geld geven?’
Seth kijkt opzij en ziet hoe het kassameisje aan het briefje van tien in zijn hand trekt. ‘Mag ik hier komen wonen? Het is zo fijn tussen je borsten. Zo fijn…’
‘Pardon. Meneer, u kunt nu die appelmoes afrekenen, maar anders roep ik de bewaking erbij.’ Ze schudt de pot appelmoes voor zijn gezicht en voor een tel heeft het kassameisje dezelfde lichtgrijze ogen als Seths moeder. Dezelfde lusteloze blik vol haat en afgunst.
‘Nee. Smerige hoer!’, schreeuwt Seth en hij rent de supermarkt uit.

Er zit een meisje van een jaar of zes in de lift. Ze draagt een kort jurkje, dat zover is opgekropen dat ze met haar onderbroek op de vuile liftvloer zit. In haar handen houdt ze een pop die maar één oog heeft. Ze plukt aan het andere oog, dat al aan de draadjes bungelt en kijkt niet op als Seth naar binnen stapt.
‘Naar welke etage ga je?’, vraagt ze, terwijl ze onverstoorbaar doorfriemelt aan het oog.
‘Eh. De zevende’, antwoord Seth.
‘Wil je neuken?’
Seth kijkt verbaasd omlaag en het meisje kijkt nu naar hem op. Ze heeft grote, bruine ogen, waar het licht van de tl-buizen als dikke witte cartoonstrepen in gereflecteerd wordt. Het zijn mooie ogen, denkt Seth, maar verdomme wat is ze nog jong. Hij schudt zijn hoofd en stamelt half verstaanbaar ‘pardon?’
‘Alle vreemde mannen die naar de zevende gaan, gaan naar Diana om te neuken. Of naar Dille, voor drugs. Kom je voor drugs?’
Seth voelde een mix van schaamte en boosheid en de nonchalance waarmee het meisje tegen hem praat over dit soort zaken maakt hem zelfs bang. Hij antwoordt niet en wacht tot de lift boven is. Ondertussen kijkt hij stiekem een paar keer opzij, naar haar ontblote bovenbeentjes, wat elke keer voelt alsof hij een hap papier neemt. Hij heeft honger en eet door, maar het papier vormt een steeds grotere prop in zijn keel waardoor hij moeilijker gaat ademen. Het zweet breekt hem uit en zijn longen piepen als hij de lift uitstapt en met grote halen, verse lucht langs de prop angst in zijn keel naar binnen zuigt.

Hij is knalroze, als een suikerspin. Zijn wenkbrauwen hangen ver over zijn ogen en lijken aan zijn wangen vast te zitten. Zijn neus is zo plat dat het net is alsof hij geen neusgaten heeft. Het ding dat Dille aan haar borst houdt is net een embryo. Hij zuigt hard en schijnbaar ook vaak, denkt Seth. De randen om haar tepels zijn schraal en rood. Haar borst klopt tussen de dunne lippen van de – volgens hem – veel te vroeg geworpen baby.
‘Wat sta je nou te staren? Wil je soms ook een hapje?’
‘Een hapje?’, vraag Seth. ‘Hij drinkt toch?’
‘Het is zijn enige voeding, eten en drinken tegelijk dus. Hapje kan best. Kom je binnen, of ga je weer? Ik blijf hier niet op de tocht staan.’
Seth kijkt met een vies gezicht naar de baby, denkt terug aan de pop van het meisje en voelt het bloed uit zijn wangen stromen.
‘Het is heel gewoon hoor’, zegt Dille, terwijl ze naar binnen loopt.
Ze draagt een dunne, smoezelige rok met bloemen erop en een witte blouse, die gelig is ter hoogte van haar haren. Seth loopt achter haar aan de huiskamer in en ziet de contouren van haar slip door haar rok heen, net als de kuiltjes in haar billen. Ze is wat vettig, denkt Seth, maar als ze voorover geknield zit, staat die machtige kont zeker mooi strak. Hij voelt zijn lid zwellen en steekt zijn hand in zijn broek, om hem opzij langs zijn lies te leggen. Dille draait zich om.
‘Lukt het?’
Seth bloost. ‘Beetje jeuk’ zegt hij.
‘Wat kan ik voor je doen?’
‘Heb je wat crack voor me?’
‘Hoeveel?’ Ze wilt zich op de bank laten zakken, maar heeft de baby nog steeds aan haar borst waardoor het moeilijk gaat. Seth helpt haar.
‘Een tientje, of zo.’ Hij voelt zich plotseling verlegen.
‘Of zo?’
‘Ik weet het niet Dil’, ik wil poffen als dat kan.’
‘Geen gepof, Seth, dat weet je.’
‘Ach, kom op. Je weet toch dat ik altijd…’
‘Ja, je zegt altijd dat je gaat betalen, maar ik moet er elke keer weken om zeuren en daar heb ik geen zin meer in. Als je geen geld hebt, ga je maar gewoon weer.’
‘Zal ik je beffen?’
Dille schoot in de lach. ‘Als jij een lekker wijf was en ik een vieze neger, kon je me misschien pijpen, ja. Nu nog niet misschien…Of, wacht eens.’ Het was alsof de wolk die boven Dille’s hoofd hing en haar gezicht zo grijs kleurde, plotseling wegdreef. Haar ogen glinsterden weer licht terug, in plaats van het allemaal te absorberen en haar mondhoeken krulden omhoog. ‘Als je ook een hapje neemt!’

Dille houdt de aluminiumfolie naar voren en knipt een aansteker eronder aan. Seth brengt het buisje naar zijn lippen, buigt naar voren, zuigt de hete adem van de draak op en hij voelt het brok angst uit zijn keel vloeien, als ware het een te grote slok sterke drank. Het brandt in zijn maag en als hij nu beweegt, kotst hij zichzelf binnenstebuiten. Hij voelt de vlam in zijn buik oplaaien en omhoog kruipen, zijn ribben verbranden, zijn borst. De lava borrelt omhoog langs zijn hart. Zijn moeder sterft vandaag. Het zit er al lang aan te komen en vandaag is het zo ver.
‘Verdomme,’ zegt Seth en Dille lacht.
‘Wees niet droevig, Seth. Je bent met de engelen.’
Seth weet dat hij te laat is om haar nog te redden, maar hij moet gaan. Hij vloekt opnieuw. Hij moet degene zijn die haar vindt. Seth denkt aan de troostende blikken van zijn buren, de armen die zijn vrienden om hem heenslaan en de stompen die ze op zijn bovenarm geven. Zelfs de knokkels die over zijn schedel knarsen.
‘Het moet eruit’, zegt hij en hij steekt zijn vingers in zijn keel en begint ze rond te draaien.
‘Gadverdamme man, doe dat daar.’ Dille komt overeind van de bank en wijst naar de toiletdeur. Als ze haar arm optilt, valt haar borst weer uit haar blouse. De tepel is nog steeds hard en rood. Seth denkt terug aan de warme zoete melk en hoe die tintelde op zijn tong en hij glimlacht. Zelfs in een omgeving als dit verliest een borst haar schoonheid niet en het stemt hem blij dat ware schoonheid niet vergaat. Het geeft hem moed.
Dille kijkt naar haar borst en weer terug naar Seth.
‘Kom op, straks zit mijn hele huis onder!’
Seth heeft niet door dat zijn mond beweegt en hoort zichzelf ergens van ver zeggen:
‘Je melk is echt heerlijk zoet, Dil’.’
Hij probeert op de maat van het liedje in zijn hoofd naar het toilet te lopen, maar het liedje wordt te langzaam afgespeeld en zwalkend graait hij naar de meubels om hem heen, op zoek naar houvast. Zijn vingertoppen vinden de deurkruk en hij geeft er een ruk aan. Stilte. Struikelde hij? Hij moet tegen het snoer van de radio zijn gelopen en de stekker eruit getrokken hebben.
‘Klopt dat?’, zegt hij hardop.
Hij voelt een kloppende pijn tussen zijn ogen en schiet in de lach. ‘Het klopt!’
‘Jezus Christus, je bloed.’
Al schaterend zakt Seth op zijn knieën. Zij keel is droog en hij lacht met lange, hese uithalen, klinkend als een bezetene.
‘Wat ben jij een idioot zeg,’ bijt Dille hem toe.
‘Dat je tegen een open deur aan loopt, oké, maar je trekt hem verdomme zelf tegen je harses aan. Ik schrok me kapot, man!’
Seth heeft zijn handen gevouwen en houdt ze tussen zijn knieën, terwijl hij met gesloten ogen heen en weer wiebelt.
‘Het spijt me’, mompelt hij en er loopt een straaltje bloed over de zijkant van zijn neus naar zijn bovenlip.
‘Volgens mij is het weer tijd voor je om te gaan, Seth. Je moet je kop sowieso eens laten nakijken, maar nu meen ik het letterlijk. Volgens mij moet die wond gehecht worden.’
Hij komt overeind, veegt een hand over zijn gezicht en kijkt verbaast naar het bloed in de palm van zijn hand.
‘Wat gebeurt er eigenlijk, als je een wond niet laat hechten?’, zegt hij afwezig en hij loopt richting de deur.
Dille kijkt hem na en roept nog net voordat hij de voordeur dichttrekt: ‘Dan ga je dood!’

Het meisje zit nog steeds in de lift. Ze heeft de eenogige kop van de pop afgetrokken, die ligt nu als een grote groene knikker naast haar, en ze draait de torso rond tussen haar handjes. Seth kijkt omhoog naar de knipperende etageaanduiding en probeert haar te negeren. Verdomme, denkt hij. Ik moet weg uit deze flat, iedereen is aan het sterven hier en ik ga ook dood als ik hier blijf. Laat die verrekte lift toch opschieten.
‘Wat is er met je?’, vraagt ze opeens en ze wijst naar Seths voorhoofd.
Hij kijkt geschrokken omlaag naar het meisje en voelt een paar druppels bloed op zijn borst vallen.
‘Ik ga dood,’ zegt hij, ‘en jij ook.’ De lift is eindelijk beneden en hij zucht opgelucht als hij naar buiten stapt.
‘Doei,’ roept hij over zijn schouder.

Hij is al bijna twee uur weg. Het is rond het middaguur; de school voor Dille’s flat is uit voor de lunchpauze en het plein staat vol met auto’s, ouders die om hun kinderen schreeuwen, ouders die naar elkaar schreeuwen en kinderen die naar elkaar en om hun ouders schreeuwen. Iedereen maakt lawaai en lijkt doelloos rond te lopen en de meeste botsen tegen Seth aan. Of Seth botst tegen hen aan, hij weet het niet, het gaat hem allemaal te snel. Hij legt zijn handen over zijn oren en beent over het schoolplein richting de bushalte en schreeuwt dat ze godverdomme allemaal hun kop dicht moeten houden. Als hij bij het schoolplein vandaan is, denkt hij aan het meisje in de lift en dat het beter is voor haar om daar te zitten, dan in die heksenketel op school. Ze heeft de wereld voor zichzelf en al is het een kleine wereld, lijkt het hem beter dan een wereld die je moet delen. Zijn wereld zou ook een stuk makkelijker zijn, als hij die niet met zijn moeder hoefde te delen. Misschien moet hij het meisje nog eens opzoeken, ze was immers best aardig.

Seth zit in de abri. Op de display staat dat de bus over zeven minuten komt. Dat zijn drie sigaretten, als hij doorzuigt. Hij vraagt zich af of hij dood zal zijn als de bus aankomt, of dat hij hem nog zal halen. Zijn hoofdwond is gestopt met bloeden en hij voelt de korsten op zijn gezicht trekken als hij met zijn ogen knippert, aan zijn neus krabt, zijn bril recht schuift. Misschien is het voldoende als hij, eenmaal thuisgekomen, een vloeitje van zijn moeder eroverheen legt. Ja, veel meer dan een scheerwondje is het niet, dan zou hij al lang omgevallen zijn. Hij spert zijn ogen wijd open en zegt hardop, ‘nee, deze jongen gaat het redden vandaag!’
Dan laat hij zijn hoofd achterover zakken, tegen de plastic wand. Hij laat zijn wimpers als tralies voor zijn ogen zakken en geniet van het licht dat als een stroboscoop door de trillende haartjes valt. Hij probeert te bedenken of het embryo van Dille over een paar jaar in de lift zal zitten, of schreeuwend over het schoolplein zal rennen. Dan schiet hij in de lach, om het beeld van dat rozige hompje, dat met zijn vliesarmpjes in de lucht joelend om zijn moeder rondjes rent. Seth amuseert zich nog wat meer door de kleine een paar keer te laten struikelen en doet dan zijn ogen dicht en probeert het beeld in zijn gedachten op te slaan, maar voordat hem dat lukt, duikt plotseling het meisje uit de lift op. Ze grijpt Dille’s baby in zijn nek, trekt zijn hoofd naar achteren en begint onder de dikke wenkbrauwen aan zijn oogjes te pulken. Af en toe kijkt ze naar Seth op, met haar glinsterende cartoonogen.
‘Ja, ik heb zin om te neuken, maar je bent nog te jong om melk te kunnen geven’, mompelt Seth.
‘Pardon?’
Hij opent zijn ogen. Voor hem staat een oudere dame, een klein stukje over hem heen leunend om het bord met vertrektijden te kunnen lezen. Ze kijkt hem boos en verbaasd aan.
Seth wijst naar de display buiten de abri. ‘Hij komt over vier minuten.’
‘Je bent een smeerlap, weet je dat?’, zegt de vrouw.
Seth haalt zijn schouders op en komt overeind om zijn sigaretten uit zijn broekzak te kunnen pakken. Hij stapt het bushokje uit en laat het zonlicht op zijn gezicht vallen. Zijn wangen tintelen een beetje. Als hij het kon, zou hij het voor iedereen beter maken. Dan zou hij die lift schoonbranden en de ogen terugnaaien op die pop. Hij zou Dille en Diana de hoer de flat uitschoppen en dan aan dat embryo boetseren tot alle vormen normaal zijn. En hij zou al die schreeuwende kutmensen van het plein afjagen, zodat die kleine rustig naar school kan gaan en het liftmeisje ook. Hij zou een nieuwe jurk kopen, of stelen, voor het liftmeisje en hem als ze oud genoeg van haar lijf te trekken om haar te leren hoeveel liefde er wel niet met neuken gepaard kan gaan. En dan denkt Seth aan de appelmoes en begint hij te rennen.



gedachten, die meer dan vluchtig wilden zijn ….